Treasurybeleid gaat over het beheer van het geld van de gemeente in relatie tot de financiële markten. In deze paragraaf wordt ingegaan op het treasurybeleid en de wijze waarop dit in 2017 is uitgevoerd. Het beleid is vastgelegd in de Uitvoeringsregels Treasury 2012.

Treasury algemeen
In het jaar 2017 bleven de rentes laag. De 10 jaars staatsrente is in dit jaar licht gestegen van 0,36% naar 0,51%.
Ook de korte rente bleef laag in 2017. De zogenaamde driemaands euribor rente schommelde rond -0,33% en bleef dus negatief. Belangrijke oorzaak van de met name lage korte rente vormt nog steeds het rentebeleid van de Europese Centrale Bank (ECB). De ECB hield in 2017 de herfinancieringsrente op 0% en de depositorente op -0,4%. Banken zetten hun tijdelijk liquiditeitsoverschot verplicht weg bij de ECB tegen dit tarief. Dit tarief is van invloed op kortgeldtarieven waartegen gemeenten kas- en daggeldleningen aantrekken. Ook dit tarief is negatief.

Financieringsresultaat
Het financieringsresultaat wordt in grote lijnen als volgt bepaald. Aan de boekwaarde van de investeringen en verstrekte leningen wordt omslagrente toegerekend. Deze omslagrente vormt een onderdeel van de kapitaallasten van de investeringen. Het omslagrentepercentage is voor 2017 bepaald op 3,5%. Deze rentelasten van de investeringen worden als baten verantwoord op het product financiering. Daartegenover staat, dat op de reserves rente wordt bijgeschreven. Meestal is dit ook 3,5%. Deze bijschrijving van rente vormt een rentelast op het product financiering. Ook de rentelasten van de opgenomen leningen worden verantwoord op dit product, naast de kosten van het opnemen van leningen en bankkosten. Daarnaast kan er nog sprake zijn van overige rentebaten (bijvoorbeeld rente op langlopende vorderingen, uitgegeven leningen en ontvangen wettelijke rente).

Resultaat 2017
Ten opzichte van de oorspronkelijke begroting is een nadeel gerealiseerd van ruim € 1,1 miljoen. Belangrijke oorzaken van het verschil zijn een hogere rentelast door een hogere toerekening van rente aan reserves (N € 0,3 miljoen) omdat de reserves hoger waren dan geraamd, lagere rentebaten door minder toerekening van rente aan activa en grondexploitatie (N € 0,9 miljoen), lagere rentelasten door minder opgenomen leningen dan geraamd (V € 0,2 miljoen) en tot slot minder rentebaten door aflossingen op een langlopende vordering en aflossing lening Cinecitta (N € 0,1 miljoen).

Besluit Begroting en Verantwoording (BBV).
Per 1 januari 2017 is het BBV op onderdelen gewijzigd. Dit geldt ook voor de rentetoerekening, waarvoor echter uitstel is verleend tot 2018. Dit betekent, dat de rentetoerekening in de begroting 2018 drastisch is gewijzigd. Op basis van deze nieuwe voorschriften is het omslagrentepercentage voor 2018 0%.

Renterisicobeheer
Het Rijk heeft regels opgesteld voor het beheer van geld en kapitaal door gemeenten en provincies. Die regels staan in de Wet financiering decentrale overheden (Wet fido). Hoeveel geld we als gemeente mogen lenen is afhankelijk van de hoogte van de begroting. Belangrijke begrippen in de Wet fido zijn de kasgeldlimiet en de renterisiconorm. De kasgeldlimiet bepaalt hoeveel geld we mogen lenen met een looptijd van maximaal 1 jaar. De renterisiconorm heeft als doel het renterisico te beperken, door aflossingen op opgenomen leningen te spreiden.

Renterisiconorm
De renterisiconorm bedroeg over 2017 € 177,4 miljoen; 20% van het begrotingstotaal. De kasgeldlimiet is 8,5% van het begrotingstotaal en bedroeg over 2017 € 75,4 miljoen. Beide limieten zijn in 2017 niet overschreden. Het bedrag aan aflossingen bedroeg € 14,5 miljoen, dus ruim onder de renterisiconorm.
Voor 2017 is conform de uitvoeringsregels Treasury 2012 vier maal een rentevisie vastgesteld. De rentevisie is een belangrijk instrument bij beslissingen over het aantrekken van langlopende leningen.

Kredietrisicobeheer
Opgenomen Langlopende leningen
In 2017 zijn geen langlopende leningen opgenomen. De liquiditeitsontwikkeling gaf hier geen aanleiding toe.
De rentelast over de langlopende leningen bedroeg in 2017 € 1,6 miljoen. Mogelijkheden tot vervroegde aflossingen voor opgenomen langlopende geldleningen waren in 2017 niet aanwezig.

Uitgezette langlopende leningen
Door Fresh Ideas Holding BV (inzake Cinecitta) is in 2017 het restant van de door de gemeente verstrekte lening in zijn geheel afgelost (€ 2,2 miljoen). Ook het restant van de aan de Tilburgse Waterleiding maatschappij verstrekte lening is in zijn geheel afgelost (€ 5,6 miljoen incl. rente). Voetbalvereniging Jong Brabant heeft de laatste termijn van de verstrekte lening terugbetaald (€ 2.000,-).

Schatkistbankieren
Per 16 december 2013 is de wet verplicht schatkistbankieren ingevoerd. Verplicht schatkistbankieren houdt in dat overschotten aan liquide middelen boven een drempelbedrag moeten worden afgestort in de schatkist bij het ministerie van Financiën. Het drempelbedrag is een percentage van het begrotingstotaal en bedroeg over 2017 € 4,5 miljoen. De drempel is in 2017 niet overschreden. In de toelichting op de balans in deze jaarstukken is de verplichte toelichting op de drempel en de benutting daarvan opgenomen.

Liquiditeitsontwikkeling
Op 1 januari 2017 was er een liquiditeitsoverschot van circa € 9,8 miljoen. Gedurende het jaar is er voortdurend sprake geweest van een overschot. De belangrijkste oorzaak van het liquiditeitsoverschot is de opbrengst uit grondverkopen, met name verkopen in Vossenberg en Spinder. Daarnaast zijn subsidies van de provincie ontvangen, waaronder € 14,9 miljoen voor de Spoorzone en zijn er nabetalingen door het Rijk gedaan op de algemene uitkering. Overschotten zijn telkens afgestort in de schatkist. Gemiddeld bedroeg het bedrag, dat in 2017 in de schatkist was afgestort ruim € 21 miljoen. Door de lage rentestand wordt over tegoeden in de schatkist geen rente vergoed.
Eind december 2017 is het overschot omgeslagen in een liquiditeitstekort van circa € 4,9 miljoen. Dit is het gevolg van (per saldo) meer uitgaven dan ontvangsten. In 2017 zijn geen kasgeldleningen opgenomen.

In onderstaande grafiek staat het werkelijke liquiditeitsverloop over 2017 ten opzichte van de prognose.

Hieronder staan enkele kerngegevens over de opgenomen en uitgezette leningen.

Beleggingen
Nieuwe beleggingen zijn er niet geweest in 2017. Momenteel is er slechts één echte belegging. In 2000 is een deel van de opbrengst van de verkoop bouwfondsaandelen belegd in een garantieproduct van de ING waarbij op de totaal ingelegde som een hoofdsomgarantie is afgegeven (Fido-proof). Hiervan is een deel gestort in het ING Duurzaam Rendementsfonds als belegging (71.566 aandelen met aankoopkoers € 23,25). De looptijd is 21 jaar (einddatum 4-1-2021) en tussentijdse verkoop is niet mogelijk gelet op de vereiste cashflows om onze begroting sluitend te houden. Op 31 december 2017 was de koers € 33,35. Het totaal aantal aandelen, inclusief in voorgaande jaren ontvangen aandelen als dividend, bedraagt eind 2017 77.723,41 aandelen. De waarde hiervan bedraagt € 2,6 miljoen.