Algemene grondslagen voor het opstellen van de jaarrekening

De jaarrekening is opgesteld volgens de voorschriften van het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV). De waardering van activa en passiva en de bepaling van het resultaat vindt plaats op basis van historische kosten. Activa en passiva zijn gewaardeerd tegen nominale waarde tenzij anders is vermeld.
Spelregels over waardering en afschrijvingsbeleid zijn vastgelegd in de Financiële beheersverordening 2017 en in de Uitvoeringsregels activa 2012.

De baten en lasten worden toegerekend aan het jaar waarop zij betrekking hebben. Baten en winsten worden slechts genomen voor zover zij op balansdatum gerealiseerd zijn. Verliezen en risico's die hun oorsprong vinden voor het einde van het begrotingsjaar, worden in acht genomen indien zij voor het opmaken van de jaarrekening bekend zijn geworden.

De dividendopbrengsten van deelnemingen worden als bate genomen op het moment waarop het dividend betaalbaar gesteld wordt.

Personeelslasten worden in principe toegerekend aan het boekjaar waarop ze betrekking hebben. Als gevolg van het formele verbod op het opnemen van voorzieningen c.q. schulden uit hoofde van jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume, worden sommige personele lasten echter toegerekend aan de periode waarin uitbetaling plaatsvindt; daarbij moet worden gedacht aan componenten zoals ziektekostenpremie ten behoeve van gepensioneerden en overlopende verlofaanspraken.

Voor arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van een jaarlijks vergelijkbaar volume wordt geen voorziening getroffen of op andere wijze een verplichting opgenomen. De referentieperiode is dezelfde als die van de meerjarenraming, te weten vier jaar. Indien er sprake is van (eenmalige) schokeffecten wordt wel een verplichting opgenomen.

De uitkering gemeentefonds is gebaseerd op de meest recente circulaire van het ministerie van BZK. Voor zover maatstaven nog niet definitief vastgesteld zijn, hanteren wij onze eigen raming. Voor wat betreft het accres gaan wij uit van de laatst verwerkte stand zoals die in de septembercirculaire is opgenomen.

Met betrekking tot de eigen bijdragen die het CAK int en aan de gemeenten afdraagt geldt op basis van
de Kadernota rechtmatigheid 2017 van de commissie BBV het volgende. Gemeenten kunnen op basis
van de overzichten van het CAK wel de aantallen personen, soort en omvang van de zorgverlening
beoordelen met de eigen Wmo-administratie. Probleempunt is dat door het ontbreken van
inkomensgegevens op deze overzichten de informatie over de eigen bijdrage ontoereikend is om als
gemeente de juistheid op persoonsniveau en volledigheid van de eigen bijdragen als geheel te kunnen
vaststellen. Door de systematiek te kiezen van het vaststellen van de eigen bijdragen door het CAK,
heeft de wetgever in feite bepaald, dat de verantwoordelijkheid voor de juistheid en volledigheid van de
eigen bijdragen geen gemeentelijke verantwoordelijkheid is. Dat betekent dat door de gemeenten geen
zekerheden over omvang en hoogte van de eigen bijdragen kunnen worden verkregen als gevolg van
het niet kunnen vaststellen van de juistheid op persoonsniveau, zoals hiervoor is toegelicht.

De verplichte balans-rubrieken uit het BBV die niet van toepassing zijn voor onze gemeente, zijn niet in de balans gepresenteerd.

Grondslagen voor waardering

Stelselwijzigingen

Wij hebben in het boekjaar 2017 twee stelselwijzigingen doorgevoerd die gevolgen hebben voor de beginbalans 2017.

1. Immateriële Vaste Activa
De rubricering van de post 'bijdragen aan activa in eigendom derden' is vanuit het BBV gewijzigd (besluit 5 maart 2016; artikel 35 en 36 BBV). Deze post valt niet meer onder de Financiële Vaste Activa, maar onder de Immateriële Vaste Activa. Wij hebben deze wijziging abusievelijk niet in 2016 doorgevoerd en doen dit daarom in deze jaarrekening.
Het betreft een bedrag van € 0,5 miljoen dat in de jaarrekening 2016 per 31-12-2016 onder de post Financiële Vaste Activa gerubriceerd was. Wij nemen deze post in de jaarrekening 2017 op onder de Immateriële Vaste Activa. Per saldo levert dit geen wijziging op in het balanstotaal alleen een verschuiving binnen de post Vaste Activa.

2. In erfpacht uitgegeven gronden
In mei 2017 is door de commissie BBV een nieuwe notitie Erfpacht gronden uitgebracht. Hierin zijn de algemene uitgangspunten voor de verantwoording van erfpacht geactualiseerd. Deze nieuwe bepalingen treden in werking per boekjaar 2018, maar mogen eerder worden toegepast. Wij hebben deze stelselwijziging al in het boekjaar 2017 verwerkt vanwege administratieve eenvoud een eenduidige verwerking van erfpachten.
Dit houdt voor de gemeente Tilburg in dat de post 'canon erfpachten' zoals die tot en met boekjaar onder de financiële activa was opgenomen, met ingang van boekjaar 2017 onder de post 'Materiële Vaste Activa - in erfpacht uitgegeven gronden' wordt verantwoord. Het gaat om een bedrag van € 24,2 mln. wat van Financiële Activa naar Materiële Activa verschuift.

De vergelijkende cijfers per ultimo 2016 zijn naar aanleiding van deze wijzigingen aangepast. Deze stelselwijzigingen hebben geen effect op het eigen vermogen. Hieronder zijn de wijzigingen in de betreffende balansposten opgenomen.

Vaste Activa

Algemeen
Met ingang van 2017 zijn de regels voor activeren in het BBV gewijzigd. Hiermee wordt de financiële verwerking van investeringen gelijk geschakeld. Belangrijkste wijziging is dat alle investeringen in maatschappelijk nut moeten worden geactiveerd. Tot 2017 hanteerde de gemeente Tilburg een gemengde werkwijze waarbij investeringen in maatschappelijk nut gedeeltelijk zijn geactiveerd en gedeeltelijk direct ten laste van de exploitatie in enig jaar zijn verantwoord. Om deze wijziging in beeld te houden is, zoals voorgeschreven in het BBV, in de toelichting op de activa een onderscheid gemaakt in het verloop van activa met maatschappelijk nut vóór 2017 en vanaf 2017.

Een andere wijziging gaat over het verwerken van bijdragen van derden. Met ingang van 2017 worden bijdragen van derden die in directe relatie staan met het actief, in mindering gebracht op de investering; de zogenaamde netto-methode. Bijdragen van derden in investeringen met economisch nut vóór 2017 zijn opgenomen volgens de bruto methode. Hierbij werden bijdragen van derden niet in mindering gebracht op het te activeren bedrag, maar als (beklemd) vermogen onder de reserve kapitaallasten opgenomen.

Vaste activa met een meerjarig nut waarvan de aanschafwaarde minus bijdragen van derden meer dan € 25.000,- is, worden onder aftrek van die bijdragen van derden geactiveerd. Vaste activa zijn gewaardeerd tegen de verkrijgings- c.q. vervaardigingsprijs, verminderd met de berekende afschrijvingen en waardeverminderingen die naar verwachting duurzaam zijn. De verkrijgingsprijs omvat de inkoopprijs en de bijkomende kosten. De vervaardigingsprijs omvat de aanschaffingskosten van de gebruikte grond- en hulpstoffen en de overige kosten, welke rechtstreeks aan de vervaardiging kunnen worden toegerekend. In de vervaardigingsprijs kunnen voorts worden opgenomen een redelijk deel van de indirecte kosten en de rente over het tijdvak die aan de vervaardiging van het actief worden toegerekend;

Immateriële vaste activa
Kosten voor het afsluiten van geldleningen worden direct ten laste van de exploitatie gebracht.
Bijdragen aan activa van derden zijn gewaardeerd tegen het bedrag van de verstrekte bijdragen, verminderd met afschrijvingen. Deze bijdragen worden afgeschreven in een termijn die (maximaal) gelijk is aan afschrijvingsduur van het actief bij derde.

Materiële vaste activa
In erfpacht uitgegeven gronden
In Tilburg hebben we de volgende erfpachtvormen:

  1. eeuwigdurend met afkoopsom, deze worden tegen registratiewaarde opgenomen.
  2. eeuwigdurend met jaarlijkse canon, deze worden tegen eerste uitgifteprijs opgenomen.
  3. voortdurend met afkoopsom, deze worden tegen eerste uitgifteprijs opgenomen.
  4. voortdurend met jaarlijkse canon, deze worden tegen eerste uitgifteprijs opgenomen.

Voor de eeuwigdurende canon (onder 2) was tot en met boekjaar 2016 een langlopende vordering opgenomen onder de Financiële Vaste Activa. Met ingang van boekjaar 2018 is het verplicht om nieuwe erfpachten met een eeuwigdurend canon onder de Materiële Vaste Activa te verantwoorden. Vanwege administratieve eenvoud en begrijpelijkheid zijn alle deze erfpachtcontracten reeds per 1-1-2017 verantwoord onder de Materiële Vaste Activa (zie ook de stelselwijziging hiervoor).

De ontvangen afkoopsom voor de voortdurende erfpacht (onder 3) is als vaste schuld verantwoord (rentetypisch gt 1 jaar). Gedurende de looptijd valt hiervan een evenredig deel vrij.

Afschrijvingsbeleid
De afschrijving op activa vindt lineair plaats vanaf moment van ingebruikname waarbij rekening wordt gehouden met een eventuele restwaarde. In uitzonderingssituaties, bijvoorbeeld vanuit externe voorschriften, wordt een andere methode gehanteerd. Op gronden vindt geen afschrijving plaats. De belangrijkste afschrijvingstermijnen zijn hieronder opgenomen. De volledige lijst is te vinden in de financiële beheersverordening 2017.

Financiële vaste activa
Kapitaalverstrekkingen aan gemeenschappelijke regelingen en overige verbonden partijen, (overige) leningen u/g en (overige) uitzettingen zijn – tenzij hierna anders is vermeld – opgenomen tegen nominale waarde. Zo nodig is een voorziening voor verwachte oninbaarheid in mindering gebracht.

Participaties in het aandelenkapitaal van NV’s en BV’s (kapitaalverstrekkingen aan deelnemingen in de zin van het BBV) zijn gewaardeerd tegen de verkrijgingsprijs van de aandelen. Indien de waarde van de aandelen onverhoopt structureel mocht dalen tot onder de verkrijgingsprijs vindt afwaardering plaats.

Van een deelneming is sprake als de gemeente participeert in het aandelenkapitaal van een NV of BV (artikel 1 BBV).

Vlottende Activa

Voorraden
Onderhanden werk, gronden in exploitatie
De als onderhanden werk opgenomen bouwgronden in exploitatie zijn gewaardeerd tegen de vervaardigingsprijs, dan wel lagere marktwaarde. De vervaardigingsprijs omvat de kosten die rechtstreeks aan de vervaardiging kunnen worden toegerekend (zoals grondaankopen en kosten van bouw- en woonrijpmaken), evenals een redelijk te achten aandeel in de rentekosten en de administratie- en beheerkosten.

Voor winstneming hanteren we de percentage of completion methode: voor zover gronden zijn verkocht en opbrengsten zijn gerealiseerd kan tussentijds naar rato van de voortgang van de grondexploitatie winst worden genomen. Hiervoor moet het resultaat op de grondexploitatie wel op betrouwbare wijze kunnen worden ingeschat. Indien aan de volgende voorwaarden is voldaan, bestaat er voldoende zekerheid om winst te kunnen nemen:
1. Het resultaat op de grondexploitatie kan betrouwbaar worden ingeschat.
2. De grond (of het deelperceel) moet zijn verkocht.
3. De kosten zijn gerealiseerd (winst wordt naar rato van de realisatie gerealiseerd).

Indien verlies wordt verwacht is voor het volledige bedrag van het verwachte verlies een voorziening op nominale waarde getroffen die in mindering is gebracht op de waardering van het onderhanden werk.

Grondbank (met en zonder transformatie) is met ingang van 2016 een nieuwe, door de BBV voorgeschreven categorie en wordt gewaardeerd tegen vervaardigingsprijs of lagere marktwaarde.

De voorraden gereed product en handelsgoederen zijn gewaardeerd tegen verkrijgingsprijs/ vervaardigingsprijs of lagere marktwaarde. Incourante voorraden worden afgewaardeerd naar marktwaarde.

Vorderingen en overlopende activa
Vorderingen zijn gewaardeerd tegen nominale waarde. Voor verwachte oninbaarheid is een voorziening in mindering gebracht De voorziening wordt bepaald op basis van geschatte inningskansen.

Liquide middelen
Liquide middelen zijn tegen nominale waarde opgenomen.

Vaste Passiva

Reserves
De reserves bestaan uit de algemene reserve en bestemmingsreserves. Spelregels over reserves zijn vastgelegd in de Financiële Beheersverordening 2017 en de Uitvoeringsregels reserves en voorzieningen 2012.

Voorzieningen
De voorzieningen betreffen schattingen van voorzienbare lasten in verband met risico's en verplichtingen, waarvan de omvang onzeker is en welke oorzakelijk samenhangen met de periode voorafgaande aan de balansdatum. Voorzieningen zijn gewaardeerd tegen nominale waarde. De voorziening voormalig bestuur is voor het gedeelte dat betrekking heeft op voormalige collegeleden berekend op actuariële waardebasis uitgaande van de contante waarde van de toekomstige uitkeringsverplichtingen. Verder worden de volgende voorzieningen gewaardeerd tegen contante waarde: voorziening aankoop Piusplein 1, voorziening aankoop kunstcluster. Door waardering tegen contante waarde kunnen kosten tegen de dan gelden prijzen worden gedekt.
De onderhoudsegalisatievoorzieningen zijn gebaseerd op een meerjarenraming van het uit te voeren groot onderhoud aan (een deel van) de gemeentelijke kapitaalgoederen, waarin rekening is gehouden met de kwaliteitseisen die terzake geformuleerd zijn.

Vaste Schulden
Vaste schulden zijn gewaardeerd tegen nominale waarde, verminderd met gedane aflossingen. Deze schulden hebben een rentetypische looptijd van één jaar of langer.

Vlottende Passiva

De vlottende passiva zijn gewaardeerd tegen nominale waarde.

Borg en garantstellingen
Voor zover leningen door de gemeente gewaarborgd zijn is, buiten telling van het balanstotaal, het totaalbedrag van de geborgde schuldrestanten per einde boekjaar opgenomen. Overigens is in de toelichting op de balans nadere informatie opgenomen.

Langjarige verplichtingen
De omvang van de langjarige verplichtingen die zijn aangegaan en niet uit de balans blijken worden in de toelichting op de balans vermeld.

Bedragen in de jaarrekening
Bedragen in de jaarrekening in de balans zijn opgenomen in miljoenen euro's. Het overzicht van baten en lasten en de toelichting daarop zijn in duizenden euro's opgesteld tenzij anders is aangegeven.